Nieuwe douanewetgeving 3 april 2019

17 April, 2019 by Ponet & De Vleeschauwer in Douane

ONREGELMATIGHEDEN TER GOEDER TROUW BIJ DOUANE-AANGIFTEN OF HOE DE BREXIT -PERIKELEN TOCH OOK VOOR GOED NIEUWS KUNNEN ZORGEN

1.

Vergissen is menselijk. Mensen maken nu eenmaal fouten en – hoe vervelend dit ook is – die vergissingen moeten dan weer worden rechtgezet, maar in douane-aangelegenheden had dit wel bijzonder nare strafrechtelijke gevolgen.

De Belgische algemene wet inzake douane en accijnzen liet niet toe een inbreuk op de douane-en accijnswetgeving onbestraft te laten. Elke inbreuk moest strafrechtelijk worden bestraft. Het maakte daarbij geen verschil uit of de wetsinbreuk opzettelijk, dan wel uit onachtzaamheid werd begaan.

Wie een inbreuk beging op de algemene wet inzake douane en accijnzen hing steeds een strafrechtelijke procedure boven het hoofd, zelfs indien de maker van een onbewuste fout op de douanereglementering te goeder trouw handelde en geenszins de intentie had om invoerrechten te ontduiken of verbods-, controle- of en beperkingsmaatregelen te omzeilen of dit mogelijk te maken.

De beroepsfederaties van logistieke operatoren ijverden reeds jaren voor een aanpassing van dit wettelijke systeem.

Anders dan in de meeste van onze buurlanden, bestond er in ons land geen enkel wettelijk kader om onbewuste overtredingen te goeder trouw administratief en zonder strafrechtelijke bestraffing recht te zetten.
De Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt vereiste een herziening van de strafrechtelijke beteugeling van de fiscale misdrijven tegen 6 juli 2019.

De Belgische wetgever heeft de mogelijke toevloed van douaneformaliteiten in het vooruitzicht van de Brexit aangegrepen om – eindelijk – in de mogelijkheid van een administratieve afhandeling van onbewuste douane-inbreuken te voorzien.
Omdat de impact van de Brexit op de marktdeelnemers niet zal beperkt blijven tot de goederenleveringen met het Verenigd Koninkrijk , kan dit wettelijk kader gebruikt worden voor elke inbreuk, ook al heeft die betrekking op een goederenlevering met een ander land dan het Verenigd Koninkrijk.
Er wordt voortaan – weliswaar tijdelijk – een wettelijk kader gecreëerd dat toelaat om een douane-inbreuk op basis van goede trouw onbestraft te laten.

2.

De wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 10 april 2019 voegde een nieuw artikel 261/3 toe aan de algemene wet inzake douane en accijnzen dat als volgt luidt :

“Indien bij de vaststelling van een onregelmatigheid lastens een geautoriseerde marktdeelnemer, deze ten genoegen van de administratie aantoont dat deze onregelmatigheid werd begaan te goeder trouw en hij voldoet aan zijn verplichtingen met betrekking tot deze onregelmatigheid, verleent de ambtenaar aangewezen door de Koning, met minstens de graad van adviseur-generaal, vrijstelling van bestraffing aan deze geautomatiseerde marktdeelnemer.
Met onregelmatigheden die te goeder trouw werden begaan, worden deze bedoeld die begaan werden zonder het oogmerk de belasting te ontduiken of verbods-, controle- en/of beperkingsmaatregelen te ontduiken of dit mogelijk te maken.”

Er kan dus voortaan een vrijstelling van bestraffing worden verleend aan een geautoriseerde marktdeelnemer als aan enkele voorwaarden is voldaan.
Die voorwaarden zijn de volgende:
— de geautoriseerde marktdeelnemer dient aan te tonen dat de onregelmatigheid werd begaan te goeder trouw, dat wil zeggen zonder het oogmerk de belasting te ontduiken of verbods-, controle- of beperkingsmaatregelen te omzeilen of dit mogelijk te maken;
— de geautoriseerde marktdeelnemer dient alsnog te voldoen aan zijn verplichtingen.

3.

Omdat inbreuken op de douane- en accijnswetgeving niet alleen worden vastgesteld op het ogenblik van de aangifteverplichting maar ook naar aanleiding van controles nadien, wordt de mogelijkheid ingevoerd gedurende een periode van één jaar, zodat de marktdeelnemers zich kunnen organiseren om de negatieve impact van de Brexit op te vangen en om te vermijden gestraft te worden voor onregelmatigheden te goeder trouw die in die periode worden begaan.

Het gedurende één jaar vrijstellen van bestraffing indien de onregelmatigheid te goeder trouw begaan werd, houdt een aanzienlijke versoepeling in die afwijkt van het geldende douanestrafrecht. Deze tijdelijke wettelijke immuniteit wordt niet door de strafrechter vastgesteld, maar door een douanebeambte.
De overtreder zal de mogelijkheid krijgen zich alsnog volledig in regel te stellen en dus de onbewuste overtreding kunnen rechtzetten en met de douaneadministratie te bekijken hoe soortgelijke overtredingen in de toekomst vermeden kunnen worden. Dit kan alleen maar worden toegejuicht.

4.
Er dient te worden beklemtoond dat het vooralsnog om een tijdelijke maatregel gaat, nu de wet uitdrukkelijk stelt dat de bepaling weer buiten werking wordt gesteld één jaar na de inwerkingtreding. Oorspronkelijk was een termijn van twee jaar voorzien, maar om tegemoet te komen aan bezorgdheden over mogelijke fraude werd dit beperkt tot één jaar.
De deugdelijkheid en wenselijkheid van deze nieuwe mogelijkheid zal op het einde van die periode van één jaar worden geëvalueerd.

Uiteraard kan u voor bijkomende informatie steeds bij ons terecht.

Wendy Verhees
Advocaat
Wendy.Verhees@ponet-law.be
Tel: +32 (0)3 248 48 40
Fax: +32 (0)3 216 36 71