Het nieuwe Vlaams Woninghuurdecreet: Betere bescherming voor de verhuurder?

Vanaf 1 januari 2019 treedt het Vlaams Woninghuurdecreet in werking. Twee nieuwigheden in het voordeel van de verhuurders worden hieronder in de kijker gezet:

1.

Vroeger heerste er grote onzekerheid over wat toegelaten was om de solvabiliteit van de kandidaat-huurder te controleren. Nu is het principe omschreven in het Vlaams Woninghuurdecreet, meer bepaald is in artikel 7 nu het volgende opgenomen: “Een verhuurder mag aan een kandidaat-huurder alleen de documenten opvragen  die noodzakelijk zijn om na te gaan of de kandidaat-huurder aan zijn huurdersverplichtingen zal kunnen voldoen.

In de Memorie van Toelichting vinden we terug dat dit principe toch ruim geïnterpreteerd mag worden. Het idee is dat een verhuurder bij de selectie van zijn toekomstige huurder moet kunnen nagaan of deze zijn huurdersverplichtingen (lees betalingsverplichtingen) zal kunnen nakomen. Daaronder wordt begrepen dat de verhuurder documenten aangaande de identiteit, woonplaats, en inkomen van de kandidaat-huurder mag opvragen, alsook een bewijs dat de kandidaat-huurder zijn vorige verhuurder correct betaald heeft. Documenten aangaande de gezondheidstoestand of het gerechtelijk verleden van de kandidaat-huurder mogen dan weer niet gevraagd worden omdat deze in strikte zin niet relevant zijn om de solvabiliteit na te gaan.

2.

Art. 38 van het Vlaams Woninghuurdecreet bepaalt dat er een huurwaarborg ten bedrage van maximaal 3 maanden huurgelden mag gevraagd worden. Deze regel treedt echter pas in werking “op een datum die de Vlaamse regering bepaalt”. Voorlopig blijft de huurwaarborg dus nog begrensd op 2 maanden huurgelden.

De praktijk zal het nog moeten uitwijzen of (bepaalde) Vrederechters in functie van de ruimere huurwaarborg ook nog meer geduld gaan hebben met wanbetalende huurders alvorens de ontbinding van de huurovereenkomst te willen uitspreken. In dat geval schiet de ruimere huurwaarborg zijn doel voorbij.

In de praktijk blijft de verhuurder vaak met een aanzienlijke financiële kater achter wanneer een huurder niet meer betaalt. Het is niet zozeer het probleem om een vonnis tot ontbinding van de huurovereenkomst ten laste van de huurder te krijgen en de gedwongen uitdrijving te organiseren, maar de procedure neemt enige tijd in beslag en vaak is er weinig tot niets te recupereren van alle wederverhurings- en andere vergoedingen die in het vonnis worden toegekend. De huurwaarborg ten bedrage van twee maand huurgelden, die tot nu toe maar gevraagd mocht worden, dempt vaak maar een klein deel van de put.

Daarom is voorkomen beter dan genezen.

Uiteraard helpen wij u graag verder indien u nog concrete vragen of problemen zou hebben.

Erik NAUWELAERTS
Advocaat
E-mail: e.nauwelaerts@ponet-law.be
Tel: +32 (0)3 248 48 40
Fax: +32 (0)3 216 36 71