Hoofdpagina

Oprichting - evolutie - structuur

Materie
Algemeen
Lijst behandelde materies

Nieuwsberichten
Archief

Wetenschappelijke bijdragen

Advocaten

Wegbeschrijving

 

Ponet & De Vleeschauwer
Van Putlei 9
2018 Antwerpen
Tel. (03)248.48.40
Fax. (03)216.36.71
e-mail: ponet@ponet-law.be

Nieuwsberichten

19/01/2008

DE GOEDERENVERZEKERINGSPOLIS VAN ANTWERPEN – 20 APRIL 2004

“De goederenverzekeringspolis van Antwerpen – 20 april 2004” is een artikelsgewijs commentaar op de nieuwe transportverzekeringspolis die in april 2004 door de Belgische Vereniging van Transportverzekeraars boven de doopvont werd gehouden.  De nieuwe polis vervangt en moderniseert de oude Zeeverzekeringspolis van Antwerpen van 1 juli 1858.  Daarom grijpt de auteur in zijn commentaar terug naar de 150-jarige rechtspraak waartoe de oude polisbepalingen aanleiding gaven om de herkomst, doel en betekenis van de nieuwe polisvoorwaarden te verklaren.  Hoewel de Antwerpse Zeeverzekeringspolis 1859 – thans de goederenverzekeringspolis 2004 – een wereldspeler is op het gebied van transportverzekering en een zeer belangrijke economische activiteit vertegenwoordigt, blinkt de nationale en internationale rechtsliteratuur uit door een opvallend stilzwijgen.  De complexiteit van het onderwerp zal daaraan niet vreemd zijn.  Met het huidige werk wordt deze stilte doorbroken en wordt de lezer stap voor stap begeleid in de krachtlijnen die de transportverzekering beheersen.

Alzo wordt het werk voorgesteld door uitgeverij Kluwer.  Nadat in de schoot van de B.V.T. hard werk was geleverd om een nieuwe goederenverzekeringspolis op te stellen, vond ik het een aangename uitdaging om deze nieuwe polis toe te lichten o.a. op basis van de rechtspraak die er voorhanden is.  Hiermee hoop ik een bescheiden bijdrage te kunnen leveren in de dagdagelijkse verzekeringspraktijk.

Voor andere wetenschappelijke bijdragen van ons kantoor, verwijs ik U graag naar
www.ponet-law.be.

Mr. F. PONET

08/01/2007

ERELONEN EN KOSTEN VAN DE ADVOCAAT: BETAALT DE VERLIEZER DE REKENING?

ERELONEN EN KOSTEN VAN DE ADVOCAAT: BETAALT DE VERLIEZER DE REKENING?

De afgelopen jaren werden we in de loop van hangende procedures steeds vaker geconfronteerd met een bijkomende vordering tot terugbetaling van de door de eisende partij betaalde advocatenerelonen en kosten.

Terecht werd deze praktijk door het Grondwettelijk Hof discriminerend geacht, nu deze mogelijkheid in Cassatiearresten wél werd mogelijk geacht voor eisende partijen, doch niet voor wie zich op gegronde basis verweerde tegen een ongefundeerde vordering van een eiser.

Volgens het Hof van Cassatie kunnen de erelonen en kosten van de bijstand door een juridisch raadsman inderdaad deel uitmaken van de geleden schade, waardoor ze voor vergoeding door de tegenpartij in aanmerking komen.

Het bleek echter een heikel punt om te bepalen wélke sommen er vergoed dienden te worden?
Een wettelijk forfaitair percentage al naar gelang het belang van de zaak? De effectief betaalde kosten? Een welbepaald tarief? Hoe zou één en ander bewezen worden?

Een wettelijke regeling bleek de enige mogelijkheid om deze moeilijke kaap te ronden.

De wetgever heeft daartoe inderdaad het initiatief genomen en geopteerd voor een regeling via het systeem van de rechtsplegingsvergoeding die volgens het vernieuwde artikel 1022 Ger.W. wordt omschreven als “ een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.”
Enige andere vergoeding voor de tussenkomst van de advocaat van de andere partij kan niet langer worden gevorderd.

Er werd voorzien in een basistarief, evenals in een minimum- en maximumbedrag dat dient te worden betaald door de in het ongelijk gestelde termijn.

Deze verhoging of verlaging van het basisbedrag vereist een bijzonder verzoek daartoe van één van de partijen en een gemotiveerde beslissing van de gevatte rechter, die bij de beoordeling rekening kan houden met de volgende factoren:

  1. de financiële draagkracht van de verliezende partij, om het bedrag van de vergoeding te verminderen;
  2. de complexiteit van de zaak;
  3. de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde partij;
  4. het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.

Wanneer meerdere partijen de rechtsplegingsvergoeding ten laste van dezelfde in het ongelijk gestelde partij genieten, bedraagt het bedrag ervan maximum het dubbel van de maximale rechtsplegingsvergoeding waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen aanspraak kan maken. Ze wordt door de rechter tussen de partijen verdeeld.

Het was wachten op het Koninklijk Besluit van 24 oktober 2007 (B.S. 9 november 2007) om de tarieven van de vernieuwde rechtsplegingsvergoedingen te kennen.

Algemene regels voor de in geld waardeerbare vorderingen

Vordering in EURO

Minimumbedrag

Basisbedrag

Maximumbedrag

Tot 250,00

     75 EUR

     150 EUR

    300 EUR

250,01-750,00

   125 EUR

     200 EUR

    500 EUR

750,01-2.500,00

   200 EUR

     400 EUR

  1.000 EUR

2.500,01-5.000,00

   375 EUR

     650 EUR

  1.500 EUR

5.000,01-10.000,00

   500 EUR

     900 EUR

  2.000 EUR

10.000,01- 20.000,00

   625 EUR

  1.100 EUR

  2.500 EUR

20.000,01- 40.000,00

1.000 EUR

  2.000 EUR

  4.000 EUR

40.000,01- 60.000,00

1.000 EUR

  2.500 EUR

  5.000 EUR

60.000,01-100.000,00

1.000 EUR

  3.000 EUR

  6.000 EUR

100.000,01-250.000,00

1.000 EUR

  5.000 EUR

10.000 EUR

250.000,01-500.000,00

1.000 EUR

  7.000 EUR

14.000 EUR

500.000,01-1.000.000,00

1.000 EUR

10.000 EUR

20.000 EUR

Boven 1.000.000,01

1.000 EUR

15.000 EUR

30.000 EUR

Deze bedragen gelden per aanleg.

Voor de toepassing van deze tarieven dient men ter bepaling van “het bedrag van de vordering” te kijken naar de som die in de inleidende akte wordt geëist, met uitsluiting van de gerechtelijke interest en van alle gerechtskosten en met uitsluiting van eventuele dwangsommen. Met de moratoire en vergoedende interesten wordt er dus wél rekening gehouden.

Wanneer het geschil betrekking heeft op een titel van een uitkering van onderhoud, wordt – in afwijking van artikel 561 Ger.W. , het bedrag van de vordering berekend, ter bepaling van de rechtsplegingsvergoeding, op basis van het bedrag van de annuïteit of van twaalf maandelijkse termijnen.

Bij vorderingen in het kader van de summiere rechtspleging om betaling te bevelen in de zin van artikel 1340 Ger.W. zijn de algemene minimumvergoedingen te betalen door de verliezende partij.

Er is geen vergoeding verschuldigd wegens handelingen verricht voor een gerecht waaraan de zaak bij beslissing van de arrondissementsrechtbank is onttrokken.

Er is evenmin een vergoeding verschuldigd indien de verweerder of de gedaagde in hoger beroep vóór de inschrijving van de zaak op de rol, de eis inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten.

Indien de verweerder of de gedaagde in hoger beroep, na de inschrijving op de rol, de eis inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten, is het bedrag van de vergoeding gelijk aan één kwart van de basisvergoeding, zonder hoger te kunnen zijn dan 1.000 EUR.

Wanneer de zaak wordt afgesloten met een beslissing gewezen bij verstek, en geen enkele in het ongelijk gestelde partij ooit is verschenen, is het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat van de minimumvergoeding.

De basistarieven en de maximum- en minimumbedragen zijn gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen, dat overeenstemt met 105,78 punten (basis 2004). Telkens als het indexcijfer met 10 punten daalt of stijgt worden de bedragen van de rechtplegingsvergoeding met 10 % verminderd of vermeerderd.

Niet in geld waardeerbare vorderingen

MINIMUM

BASIS

MAXIMUM

75 EUR

1.200 EUR

10.000 EUR

Bijzondere tarieven voor procedures voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank

Vordering in Eur

Minimum

Basis

Maximum

tot 249,99 EUR

26,46 EUR

36,46 EUR

46,46 EUR

250-619,99 EUR

26,46 EUR

36,46 EUR

46,46 EUR

620-2.500 +  niet in geld waardeerbare vorderingen

26,46 EUR

36,46 EUR

46,46 EUR

boven 2.500 EUR

57,86 EUR

72,86 EUR

87,86 EUR

Bijzondere tarieven voor procedures voor de arbeidsrechtbank

Vordering in Eur

Minimum

Basis

Maximum

tot 249,99 EUR

  26,46 EUR

  36,46 EUR

  46,46 EUR

250-619,99 EUR

  57,86 EUR

  72,86 EUR

  87,86 EUR

620-2.500 +  niet in geld waardeerbare vorderingen

  89,32 EUR

109,32 EUR

129,32 EUR

boven 2.500 EUR

188,64 EUR

218,64EUR

248,64 EUR

Bijzondere tarieven voor procedures voor het Arbeidshof

Vordering in Eur

Minimum

Basis

Maximum

tot 249,99 EUR

  38,61 EUR

  48,61 EUR

  58,61 EUR

250-619,99 EUR

  82,17 EUR

  97,17 EUR

112,17 EUR

620-2.500 +  niet in geld waardeerbare vorderingen

120,78 EUR

145,78 EUR

160,78 EUR

boven 2.500 EUR

251,50EUR

291,50 EUR

331,50 EUR

De nieuwe tarieven van de rechtsplegingsvergoedingen én de wet van 21 april 2007 traden in werking op 1 januari 2008.

De tarieven zijn onmiddellijk van toepassing op alle hangende zaken.

 

Alle door Ponet & De Vleeschauwer, Van Putlei 9, 2018 Antwerpen opgestelde teksten binnen dit document zijn auteursrechtelijk beschermd.  Zonder uitdrukkelijke toestemming van advocaten-kantoor Ponet & De Vleeschauwer, mag niets van dit document worden overgenomen, gebruikt, gedistribueerd of aangepast, behoudens vermelding van de bron

www.ponet-law.be/nieuwsberichten.htm

 

Nieuwsberichten archief -->