Nu ook administratieve geldboetes in geval van inbreuken op scheepvaartwetten – Wet 25 december 2016

Download deze nieuwsbrief HIER in PDF formaat of lees hieronder verder.

Principe

De wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten (B.S. 19 januari 2017) voorziet dat, voor zover de feiten strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, een administratieve geldboete kan worden opgelegd voor inbreuken op de scheepvaartwetten en hun uitvoeringsbesluiten die onder de federale bevoegdheid vallen.

Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden.

De administratieve geldboete wordt toegepast ongeacht andere disciplinaire sancties.

Het opleggen van de administratieve geldboete is aan welbepaalde voorwaarden onderworpen, alsmede aan het naleven van bepaalde procedures en het naleven van strikte termijnen. Deze termijnen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de hele procedure van administratieve geldboete.

Voor verdere informatie omtrent deze voorwaarden, procedures en termijnen, kan u uiteraard steeds op ons kantoor terecht.


Onverenigbaarheden

Indien de strafvordering met betrekking tot de inbreuk vervallen is, kan er géén administratieve boete meer worden opgelegd.

Er kan tevens geen administratieve geldboete worden gevorderd tegen een persoon die minderjarig was op het moment van de feiten.

Het opleggen van een administratieve geldboete is niet meer mogelijk indien er meer dan twee jaar zijn verstreken na de dag waarop de administratieve vervolging is ingesteld.

 

Omvang van de administratieve geldboete

De minimale en maximale bedragen van de administratieve geldboete stemmen overeen met de respectieve minimale en maximale bedragen, verhoogd met de opcentiemen, van de strafrechtelijke geldboete, bepaald in de scheepvaartwetten die hetzelfde feit sanctioneert.

 

Gedepenaliseerde inbreuken

Voor de inbreuken op de Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004, voorziet de wet van 25 december 2016 in bijzondere boetes.

Inbreuk op artikel Bedrag in EURO
4, eerste paragraaf 500
4, tweede paragraaf 10.000
6 1.250
7, eerste paragraaf 2.500
7, tweede paragraaf 10.000
8 1.250
9 5.000
10 5.000
11 5.000
12 500
13 5.000
14 10.000
15 1.250
16 1.250
17 1.250
18 1.250
19 1.250
22 2.000
23 5.000
24 10.000

 

Herhaling, samenloop en verzachtende omstandigheden

Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete, wordt rekening gehouden met de ernst van de feiten en eventuele herhaling.

Bij herhaling binnen het jaar, kunnen de bedragen worden verdubbeld.

In geval van samenloop van inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat ze het dubbele van het maximumbedrag van de zwaarste geldboete mogen overschrijden.

Indien in de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen met verzachtende omstandigheden rekening werd gehouden, kan het bedrag van de administratieve geldboete worden verlaagd beneden het minimum zonder lager te zijn dan zesentwintig euro.

 

Schorsend beroep bij de rechtbank van eerste aanleg

De schuldenaar van de administratieve geldboete kan, wanneer hij de beslissing waarmee de boete wordt opgelegd betwist, op straffe van verval, binnen een termijn van één maand vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij verzoekschrift schorsend beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg.

Tegen deze beslissing van de rechtbank van eerste aanleg is geen hoger beroep mogelijk.

De rechtbank van Brussel is bevoegd ten aanzien van de personen die niet in België verblijven met betrekking tot inbreuken op de binnenvaart- en pleziervaartwetgeving.

De rechtbank van Antwerpen is bevoegd ten aanzien van de personen die niet in België verblijven met betrekking tot inbreuken op de zeevaartwetgeving.

 

Bankgarantie

Bij ernstige vermoedens van inbreuken kunnen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren de kapitein verbieden om met zijn schip de Belgische havens te verlaten, tenzij als bankgarantie een som wordt gestort gelijk aan het maximum voor de inbreuken, verhoogd met de opdeciemen.

De bankgarantie moet worden verleend door een in België gevestigde bank.

De geldboete die is opgelegd door een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde of door een minnelijke schikking wordt, naar gelang van het geval, op de bankgarantie verhaald.

 

Over welke scheepvaartwetten gaat het?

– wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg;

– wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen;

– wet van 24 november 1975 houdende goedkeuring en uitvoering van het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, bijgevoegd Reglement en zijn Bijlagen, opgemaakt te Londen op 20 oktober 1972;

– wet van 8 juli 1976 betreffende de vergunning voor de exploitatie van binnenvaartuigen en betreffende de financiering van het Instituut voor het transport langs de binnenwateren;

– wet van 20 augustus 1981 houdende goedkeuring van de Internationale Overeenkomst voor veilige containers, en van de Bijlagen, opgemaakt te Genève op 2 december 1972;

– wet van 12 juli 1983 op de scheepsmeting;

– wet van 25 januari 1984 tot bescherming van de Belgische koopvaardij;

– wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen;

– wet van 21 mei 1991 betreffende het invoeren van een stuurbrevet voor het bevaren van de scheepvaartwegen van het Rijk;

– wet van 6 april 1995 betreffende de voorkoming van verontreiniging door schepen;

– wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;

– wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;

– wet van 5 februari 2007 betreffende de maritieme beveiliging;

– wet van 20 januari 2011 houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 3 december 2009 tussen de Federale Staat en de Gewesten betreffende de uitvoering van het Verdrag inzake de verzameling, de afgifte en de inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend te Straatsburg op 9 september 1996 en houdende uitvoering van het Verdrag;

– wet van 30 januari 2012 tot regeling van aangelegenheden als bedoeld door artikel 78 van de Grondwet inzake verzekering van scheepseigenaren tegen maritieme vorderingen;

– wet van 30 januari 2012 tot regeling van aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet inzake de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen;

– wet van 19 december 2012 houdende uitvoering van verscheidene Internationale Verdragen inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor verontreiniging door schepen, met betrekking tot aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet;

– wet van 4 april 2014 betreffende bescherming van het cultureel erfgoed onder water;

– wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 (I);

– wet van 19 juni 2016 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG.

Voor meer informatie, kan u uiteraard steeds terecht op ons kantoor.

Wendy VERHEES
ponet_advocaten_outlines_color-2

E-mail: w.verhees@ponet-law.be
Tel: +32 (0)3 248 48 40
Fax: +32 (0)3 216 36 71